Dierenlaboratoria

Dierenlaboratoria

Naast de gebruikelijke kledingvoorschriften worden er bij het werken met cytostatica op dierenlaboratoria verschillende aanvullende maatregelen geadviseerd.

  1. Markering van ruimte of kooien
  2. Voor toediening gereed maken van cytostatica uitvoeren in veiligheidswerkbank of zuurkast
  3. Gebruik bij de biotechnische handelingen een celstof onderlegger (met plastic aan de onderzijde)
  4. Huisvesting van dieren bij voorkeur op stofarm beddingmateriaal; gebruik liefst disposable kooien.
  5. Indien toch gebruik gemaakt moet worden van beddingmateriaal is het aan te raden de vuile bedding te bevochtigen bij het weggooien van het beddingmateriaal (b.v. door het leeggieten van de drinkfles in de bak), zodat stofvorming wordt voorkomen.
  6. Gebruikte disposable materialen, bijvoorbeeld persoonlijke beschermingsmiddelen, afvoeren als SZA-afval (zie blz 22)
  7. Risicoperiode (variërend van 1 tot 7 dagen). De duur van de risicoperiode is te achterhalen via de monografieën of de apotheker.
  8. Gebruik van persoonlijke beschermingsmiddelen:
       Uitgangspunt: werkkleding wordt gedragen
       - nitril handschoenen
       - In geval van stofvorming: mondmasker (zie onderwerp proefdierallergie)
       - In geval van spatten: veiligheidsbril en overschort (met lange mouwen)
  9. Zie ook:
       - actueel overzicht van stoffen waarvoor de cytostaticarichtlijnen gelden
       - schoonmaakprotocol
       - veegtesten
       - voorlichting en instructie (blz 2)
       - gebruik van veilige technieken, producten en werkwijzen
       - reiniging van niet wegwerp artikelen (blz 27)
       - incidenten- en calamiteitenprotocol van het ziekenhuis
       - zwangerschap en het werken met cytostatica

Voor meer informatie zie blz 35/36 van de Arbocatalogus Cytostatica.

Naar boven
Terug naar overzicht