Wat te doen?

Medewerkers die in contact kunnen komen met cytostatica weten zelf hoe ze moeten handelen bij calamiteiten en incidenten. De handelwijze bij een calamiteit of incident. zie blz 32-35 e.v.) moet zijn vastgelegd in een protocol dat op elke afdeling aanwezig is.

Er wordt onderscheid gemaakt tussen calamiteiten en incidenten met cytostatica. Bij incidenten beschikt de afdeling zelf over voldoende kennis en hulpmiddelen om de gevolgen op te ruimen. Bij extreme besmettingen spreken we van calamiteiten, zoals bij calamiteiten met poedervormige cytostatica of grote hoeveelheden vloeistoffen in magazijnen of gangen en lekkages in het buispostsysteem.

Extravasatie treedt op als de toe te dienen vloeistof niet in het gewenste bloedvat stroomt, maar daar buiten in de subcutane weefsels. Bij extravasatie van cytostatica kunnen ernstige weefselbeschadigingen optreden bij de patiënt met vergaande gevolgen. Volg bij optreden van extravasatie de procedure in uw ziekenhuis, weet waar de antidota voorhanden zijn (bijvoorbeeld in de noodset of bestellen via de apotheek) en raadpleeg een gespecialiseerde arts, bijvoorbeeld oncoloog of plastisch chirurg.

Medewerkers van de afdeling Radiologie, Radiotherapie en het Endoscopiecentrum, kunnen net als de oncologieverpleegkundigen, getraind worden om bij een incident, zelf de vrijgekomen cytostatica op te ruimen met behulp van de noodset. Ook zijn afspraken te maken dat medewerkers die geen verpleegkundige achtergrond hebben, bij incidenten een oncologieverpleegkundige oproepen om volgens protocol op te ruimen.

Naar boven
Terug naar overzicht