Arbocatalogus Zwangerschap & Werk

Introductie

Uw UMC heeft samen met de andere UMC's en de werknemersorganisaties een arbocatalogus samengesteld. De arbocatalogus beschrijft maatregelen voor de belangrijkste arborisico's in de UMC's, waaronder arborisico's bij zwangerschap. Doel is veilig en gezond werken. Met de arbocatalogus geven de UMC's zelf invulling aan de globale voorschriften die de overheid stelt. Als u precies wilt weten of een voorschrift over Zwangerschap bijvoorbeeld een good practice is of ingegeven door een wettelijke norm, dan kunt u dit terugvinden in de formele arbocatalogustekst hieronder. De definities van de verschillende soorten voorschriften staan in de Inleiding Arbocatalogus.

Naar boven

Het risico

Binnen de UMC’s werkt een grote populatie vrouwen in de vruchtbare leeftijd, waardoor er veelvuldig zwangerschappen voorkomen. Iedere (ook normale) zwangerschap leidt tot een veranderde belastbaarheid voor het werk. Na de bevalling duurt het nog enige tijd voor deze belastbaarheid weer genormaliseerd is. Tijdens de zwangerschap en in de periode daarna kunnen complicaties optreden die extra invloed hebben op de belastbaarheid van de vrouw. Risicofactoren op het werk (en thuis) kunnen nadelige gevolgen hebben voor de zwangere medewerker zelf, haar zwangerschap, het (ongeboren) kind en/of de borstvoeding. De thuissituatie is door de werkgever niet te beïnvloeden, maar in de werksituatie moeten risicofactoren herkend en beheerst worden.

De risico’s voor zwangeren zijn een optelsom van de eigen gezondheidstoestand, de verloskundige voorgeschiedenis en de risico’s door het werk. Binnen de UMC’s komen de volgende risicofactoren in meer of mindere mate voor: fysieke belasting, onregelmatige werktijden, werkdruk, agressie & geweld, chemische stoffen, biologische agentia, (niet) ioniserende straling, geluid en trillingen. In de praktijk blijkt dat zwangere vrouwen niet altijd goed op de hoogte zijn van de risico’s voortvloeiend uit het werk.

Naar boven

Doelgroepen

Deze arbocatalogus is van toepassing op alle (eigen en externe) vrouwelijke werknemers en hun leidinggevenden, tijdens de zwangerschap en de periode daarna. Studenten en stagiaires vallen ook binnen de doelgroep. De periode voor zwangerschap is vooralsnog niet opgenomen in deze catalogus.

Naar boven

Wettelijk kader

Op het moment van verschijnen van deze arbocatalogus is het onderwerp zwangerschap en werk uitgewerkt in onderstaande wettelijke bepalingen. De opgenomen bepalingen zijn een belangrijke basis voor deze arbocatalogus.

Op het moment van verschijnen van deze arbocatalogus is het onderwerp zwangerschap en werk uitgewerkt in onderstaande wettelijke bepalingen. De opgenomen bepalingen zijn een belangrijke basis voor deze arbocatalogus.

3.1 Arbowetgeving

In de Arbowetgeving zijn bepalingen opgenomen over zwangerschap. De bepalingen zijn in te zien op de internetpagina Wetten.Overheid.nl. De bepalingen hebben onder meer betrekking op de volgende onderwerpen:

  • de risico-inventarisatie en -evaluatie
  • organisatie van de arbeid
  • voorlichting
  • rustruimten
  • blootstelling aan gevaarlijke stoffen
  • arbeidsverboden enkele biologische agentia
  • fysieke belasting
  • arbeidsverboden werken onder overdrukWerken in ondergrondse winningsindustrie
  • schadelijke trillingen en geluid

3.2 Overige deelcatalogi

De werkgroep van de catalogus Zwangerschap en Werk is een focusgroep. Alle risico’s bij de UMC’s worden besproken in relatie tot zwangere medewerkers. In de deelcatalogi worden onderwerpen verder uitgewerkt. De catalogus Zwangerschap en Werk zal relevante informatie moeten ontsluiten in samenwerking met die deelcatalogi. Het gaat om de volgende onderwerpen: fysieke belasting, cytostatica, gevaarlijke stoffen, inhalatieanesthetica, huidbelasting, agressie & geweld, RI&E en MRI.

Naar boven

Ambitieniveau UMC's

De UMC’ s willen dat zwangere medewerkers zonder risico’s voor henzelf en het ongeboren kind, zo lang mogelijk gezond door kunnen werken en na de bevalling in goede conditie het eigen werk weer op kunnen pakken. Dezelfde ambitie geldt voor de periode na de bevalling en tijdens de lactatieperiode.

Naar boven

Maatregelen en middelen

De belangrijkste maatregelen en middelen om de ambities en wettelijke doelvoorschriften te realiseren, zijn:

5a. Procesvoorschriften

  • Alle UMC’s hebben een zwangerschapsbeleid in lijn met de richtlijn ‘Zwangerschap, postpartumperiode en werk’ waarin de verantwoordelijkheden van leidinggevenden, de zwangere medewerkers en de Arbodienst zijn vastgelegd. Voor carcinogene, mutagene en reprotoxische stoffen (CMR) wordt daarbij het standpunt zoals verwoord in de bijlage aangehouden;
  • Alle UMC’s hebben inzicht in de verschillende risicovolle werkzaamheden voor zwangeren en hebben hier beleid op;
  • Alle UMC’s evalueren periodiek het zwangerschapsbeleid, bijvoorbeeld als onderdeel van de RI&E.

5b. Middelvoorschriften

  • In alle UMC’s is laagdrempelig informatie beschikbaar voor medewerksters die zwanger willen worden, zwanger zijn of borstvoeding geven;
  • Op Dokterhoe.nl is een overzicht opgenomen waarin alle informatie vanuit deelcatalogi met betrekking tot zwangerschap ontsloten wordt;
  • In alle UMC ’s bestaat de mogelijkheid tot een preventief consult met aandacht voor voorlichting, inschatting van de individuele belastbaarheid en belasting door het werk;
  • In alle UMC’s zijn voldoende geschikte ruimtes aanwezig voor gebruik door medewerkers in de lactatieperiode.

5c. Good practices

  • Automatische mailing volgend op de zwangerschapsverklaring (voor alle zwangeren) waarin de mogelijkheid tot een preventief consult bij de bedrijfsarts of andere deskundige bij de arbodienst onder de aandacht wordt gebracht;
  • Als input voor het preventief consult kan gebruik worden gemaakt van de risicovragenlijst op www.zwangerwijzer.nl;
  • Toegankelijke voorlichting voor UMC medewerkers die zwanger zijn of willen worden;
  • Beschikbaarheid van elektrische kolfapparatuur en koel/vrieskastjes binnen kolfruimtes van de UMC’s;
  • Eventueel noodzakelijke persoonlijke beschermingsmiddelen (bijvoorbeeld ademhalingsbescherming en beschermende kleding) worden beoordeeld op het comfort en bruikbaarheid tijdens de zwangerschap (met het oog op belastbaarheid);
  • Checklist risico’s op de werkplek is gemakkelijk toegankelijk voor medewerker en leidinggevende.
Naar boven

Bijlage

Standpunt voor CMR-stoffen nader toegelicht.

Standpunt genotoxische stoffen (1):
Met stoffen die een genotoxisch werkingsmechanismen hebben mag niet gewerkt worden, tenzij de blootstelling aan deze stoffen beheerst is. In dat geval kunnen zwangere medewerkers de werkzaamheden uitvoeren (dit geldt overigens voor alle medewerkers). Een uitzondering kan worden gemaakt als de zwangere medewerker emotionele bezwaren heeft. De beoordeling van de blootstelling wordt uitgevoerd door een deskundige (bijvoorbeeld arbeidshygiënist).

Voor de beoordeling van de risico’s is het van belang om inzicht te hebben in de blootstellingsniveaus. Voor cytostatica zijn maatregelen ter reductie van blootstelling in de arbocatalogus omschreven. In de Arbocatalogus is omschreven dat blootstelling dusdanig is gereduceerd dat zwangere vrouwen hun werkzaamheden veilig kunnen uitvoeren. Voor een oordeel over het werken met cytostatica door zwangere vrouwen is evaluatie noodzakelijk, het evaluatieonderzoek wordt in 2013-2014 uitgevoerd. Tot de uitkomsten van de evaluatie duidelijk zijn, wordt het huidige beleid gehandhaafd: zwangere vrouwen kunnen blijven werken op oncologieafdelingen.

De Inspectie Leefomgeving en Transport
Wanneer er met betrekking tot mogelijke reprotoxische eigenschappen van een stof onvoldoende gegevens zijn en/of onduidelijkheid bestaat over het feitelijke blootstellingsniveau dan dient het voorzorgsprincipe te worden gehanteerd: blootstelling voorkomen. Indien de blootstelling beheerst is kunnen zwangere medewerkers de werkzaamheden wel uitvoeren. Met reprotoxische stoffen en carcinogene stoffen zonder genotoxisch werkingsmechanisme kan veilig worden gewerkt wanneer is aangetoond dat de (wettelijke) grenswaarde niet is overschreden (bijvoorbeeld lachgas). Een uitzondering kan worden gemaakt als de zwangere medewerker emotionele bezwaren heeft. De beoordeling van de blootstelling wordt uitgevoerd door een deskundige (bijvoorbeeld arbeidshygiënist).

(1) Genotoxische stoffen zijn alle mutagene stoffen en sommige carcinogene stoffen.

Naar boven

Referenties

Naar boven
Terug naar overzicht