Globale voorschriften

Voor veilig en gezond werken zijn er voorschriften van de overheid. De precieze invulling daarvan is neergelegd bij werkgevers en werknemers.

In de Arbowet zijn de volgende algemene voorschriften relevant:

  • Artikel 3. lid 1 De werkgever voert beleid gericht op goede arbeidsomstandigheden.
  • Artikel 3. lid 2 De werkgever moet risico’s voorkomen en indien dat niet mogelijk is, deze risico’s beperken.
  • Artikel 5 De werkgever inventariseert en evalueert de risico’s en stelt een plan van aanpak op.
  • Artikel 8 De werkgever zorgt voor voorlichting, instructie en training aan medewerkers.
  • Artikel 11 De werknemer is verplicht mee te werken aan het op een veilige manier benutten van de omstandigheden en op een veilige manier werkzaamheden te verrichten.

Specifiek voor zwangere en borstvoedende vrouwen zijn de volgende artikelen uit het Arbobesluit van toepassing:

  • Afdeling 9, artikel 1.41 Bij risico-inventarisatie en -evaluatie wordt in het bijzonder aandacht besteed aan de niet-limitatieve lijst van agentia, procedés en arbeidsomstandigheden.
  • Afdeling 9, Artikel 1.42 Veilige en gezonde organisatie van de arbeid.
  • Afdeling 9, Artikel 3.48 Regels voor rustruimten. Dit zijn de belangrijkste algemene bepalingen. Voor een aantal specifieke onderwerpen zijn er aanvullende bepalingen, bijvoorbeeld voor het werken met lood en enkele biologische agentia.
Naar boven
Terug naar overzicht