Tuberculose

Ziektebeeld

Tuberculose is een infectieziekte die veroorzaakt wordt door de tbc-bacterie (mycobacterium tuberculosis).

De klachten die voorkomen bij tuberculose zijn vaak aspecifieke klachten, die ook bij heel veel andere ziektebeelden kunnen optreden. Dit maakt het herkennen van de ziekte vaak lastig. De meest voorkomende klachten in het beginstadium van tuberculose zijn: nachtzweten, vermoeidheid, koorts, gebrek aan eetlust en daardoor vaak gewichtsverlies. Mensen met longtuberculose hebben meestal al langere tijd hoestklachten (langer dan drie weken) en geven soms wat (bloederig) slijm op. Zonder goede behandeling kan de patiënt echter steeds ernstiger ziek worden en uiteindelijk zelfs overlijden. Het is dus essentieel om tuberculose tijdig te ontdekken en te behandelen.

Aanvullende informatie bij het RIVM.

Naar boven

Besmettingsweg

Bijna altijd aerogeen: via kleine druppeltjes en druppelkernen in de lucht die over een grote afstand overgedragen kunnen worden. Aerosolen worden door hoesten, niezen, lachen en dergelijke verspreid, maar kunnen ook door manipulatie met besmette weefsels of organen ontstaan. Overleving in druppelkernen is gedurende uren mogelijk, in pus of sputumcontainer meerdere dagen.

Naar boven

Besmettelijke periode

Iemand wordt besmettelijk geacht zodra er sprake is van hoestklachten. Meestal is een patiënt na 2 weken adequate behandeling niet meer besmettelijk voor zijn omgeving. Dit geldt niet voor infecties veroorzaakt door (multi)resistente tuberkelbacteriën en bij ernstig verzwakte patiënten.

Naar boven

Incubatietijd

8 weken tot levenslang. Na een infectie wordt ongeveer 10% van de mensen ziek, waarvan 80% in de eerste 2 jaar. De resterende 20% ontwikkelt de ziekte pas na een langere periode, die soms tientallen jaren kan beslaan.

Naar boven

Risicolopers

Alle medewerkers die door hun beroep in contact kunnen komen met TBC-patiënten of met TBC-besmet materiaal.

Naar boven

Preventie

Aanstellingsonderzoek: screening voor uitgangswaarden is meestal niet nodig. Om redenen van wetenschappelijk onderzoek of omdat er relatief veel mensen worden aangenomen uit endemische gebieden kan een UMC daarvan afwijken.

Medewerkers die tevoren een hoog risico hebben gelopen moeten wel gescreend worden om te voorkomen dat zij ongemerkt TBC binnen brengen.

Voorlichting: er moet informatie beschikbaar zijn voor werknemers bijvoorbeeld via een folder of intranet.

Algemene maatregelen: volg de algemene richtlijnen voor hygiëne en infectiepreventie. Het is van belang om altijd bij risico op hoesten en niezen (scopie, intubatie) beschermingsmiddelen te dragen. Draag bij (verdenking op) een besmette patiënt een FFP2-masker.

Vaccinatie: BCG vaccinatie. niet geïndiceerd in Nederland, tenzij een zorgmedewerker langer dan 3 maanden gaat werken in een gebied waar TBC endemisch voorkomt. Dan is vaccinatie wel aan te raden.

PMO: op hoogrisico-afdeling (vastgesteld in de RI&E in samenspraak met de GGD) periodieke controle op eventuele besmetting met behulp van THT (Mantoux) of IGRA (Interferon-Gamma Release Assays). Medewerkers die een BCG-vaccinatie hebben gehad, controleren met IGRA of een X-thorax. Bij incidentele blootstelling kan men volstaan met contactonderzoek.

Naar boven

Post expositiebeleid

Controle met THT (Tuberculine huidtest/Mantoux): tenminste 8 weken na blootstelling, zo mogelijk gecombineerd met nulmeting binnen 2 weken na blootstelling. Indien positief, dan doorverwijzen naar GGD voor nader onderzoek en zo nodig profylaxe. Dit is een effectieve interventie om de kans op ontwikkeling van besmetting naar ziekte te verminderen.

Contactonderzoek: in geval van een patiënt met besmettelijke TBC wordt een contactonderzoek ingesteld onder medewerkers die onbeschermd contact hebben gehad, om eventuele besmetting vroeg aan te tonen en zo nodig profylaxe te starten. Deelname hieraan is verplicht. Dit wordt gedaan volgens het ringprincipe en vindt plaats onder supervisie van de GGD, zie informatie van het RIVM.

Naar boven

Risicovormers

Besmette medewerkers. Van verhoogd risico op TBC is sprake indien een medewerker:

  • gewerkt heeft bij een microbiologisch lab, afdeling longziekten, asielzoekerscentrum of met daklozen, alcohol-/drugsverslaafden en/of;
  • afkomstig is uit Centraal- en Oost-Europa, Azië, Afrika, Midden- en Zuid-Amerika.
Naar boven
Terug naar overzicht