Globale voorschriften

Voor Proefdierallergie zijn er globale voorschriften. De invulling daarvan is neergelegd bij werkgevers en medewerkers.

 

In de Arbowet zijn de volgende algemene voorschriften relevant:

Artikel 3. lid 1   De werkgever voert beleid gericht op goede arbeidsomstandigheden. 
Artikel 3. lid 2 De werkgever moet risico’s voorkomen en indien dat niet mogelijk is, deze risico’s beperken.
Artikel 5 De werkgever inventariseert en evalueert de risico’s en stelt een plan van aanpak op.
Artikel 8 De werkgever zorgt voor voorlichting, instructie en training aan medewerkers.
Artikel 11 De medewerker is verplicht mee te werken aan het op een veilige manier benutten van de omstandigheden en op een veilige manier werkzaamheden te verrichten.
Artikel 9.3 Proefdierallergie is een beroepsziekte die de bedrijfsarts moet melden aan het Nederlands Centrum voor Beroepsziekten (NCvB).
Artikel 18 De werkgever stelt de werknemers periodiek in de gelegenheid een onderzoek te ondergaan, dat erop is gericht de risico's die de arbeid voor de gezondheid van de werknemers met zich brengt zoveel mogelijk te voorkomen of te beperken (PAGO of PMO).

In het Arbobesluit zijn de volgende voorschriften relevant:

Hoofdstuk 4  Hoe om te gaan met gevaarlijke stoffen. In het bijzonder worden in dit hoofdstuk de sensibiliserende stoffen genoemd; hiertoe worden proefdierallergenen gerekend. Om sensibilisatie en ontwikkeling van proefdierallergieën door werknemers op de werkvloer op te sporen en te monitoren kan een periodiek arbeidsgezondheidskundig onderzoek worden ingezet, zoals omschreven in de Arbowet.
Naar boven
Terug naar overzicht