VIB of MSDS

VIB of MSDS

De Nederlandse afkorting VIB betekent veiligheidsinformatieblad. MSDS is de Engelse benaming voor een veiligheidsinformatieblad. MSDS staat voor Material Safety Data Sheet. Soms wordt ook de afkorting SDS gebruikt. Een veiligheidsinformatieblad heeft een vastgestelde opbouw en bestaat uit 16 rubrieken en 46 subrubrieken. Wat er allemaal op een veiligheidsinformatieblad moet staan leest u hieronder.

De leverancier van een gevaarlijke stof is verplicht bij een eerste levering een VIB te leveren. Indien de leverancier het VIB aanpast moet hij bij de eerstvolgende bestelling een aangepast VIB meesturen. Als u later nog eens een VIB wilt hebben, kunt u deze altijd bij de leverancier opvragen. Vaak beschikken de leveranciers over een website met veiligheidsinformatie over hun producten.

De umc’s beschikken over een eigen landelijke databank met meer dan 6.000 stoffen. De bladen in de umc databank zijn gevalideerde veiligheidsinformatiebladen en werkplekinstructiekaarten. Via intranet is in iedere umc de databank te benaderen. Hiervoor is geen inlogcode of wachtwoord noodzakelijk.

 

De inhoud van het Veiligheidsinformatieblad

Naar boven

1. Identificatie van de stoffen of het mengsel

1.1. Productidentificatie
De gebruikte naam moet gelijk zijn aan de naam op het etiket en in overeenstemming zijn met bijlage VI van Richtlijn 67/548/EEG of de Verordening EG nr. 1272/2008.

1.2. Relevant geïdentificeerd gebruik van de stof of het mengsel
Hier staat, voor zover bekend, waarvoor de stof of het preparaat gebruikt wordt. Verder staat kort beschreven wat de stof of het mengsel feitelijk doet, bijvoorbeeld een brandvertragend middel of een antioxidant.

1.3. Details betreffende de verstrekker van het veiligheidsinformatieblad
Hier staat de identiteit van de persoon die verantwoordelijk is voor het in de handel brengen van de stof of het mengsel in de Gemeenschap. Dit is de fabrikant, de importeur of de distributeur. Hier staat ook het volledige adres, het telefoonnummer en het e-mailadres van de bevoegde persoon die verantwoordelijk is voor het veiligheidsinformatieblad

1.4. Telefoonnummer voor noodgevallen
In noodgevallen kan dit telefoonnummer van het bedrijf en/of de bevoegde officiële adviesinstantie worden gebruikt.

Naar boven

2. Identificatie van de gevaren

Hier staat de indeling van de stof of het mengsel. Is de stof of het mengsel ingedeeld volgens de GHS/ CLP dan staat in deze paragraaf: Indeling volgens Verordening EG nr. 1272/2008. Is de stof of het preparaat ingedeeld volgens de oude systematiek dan zal er staan: Indeling volgens de Richtlijn 67/548/EEG of 1999/45/EG. Tevens staat er duidelijk en beknopt welke gevaren voor mens en milieu aan de stof of het preparaat verbonden zijn.

2.1 Indeling van de stof of mengsel
2.2 Etiketteringselementen
2.3 Andere gevaren

Naar boven

3. Samenstelling en informatie over de bestanddelen

In sectie 2 staan de gevaren van de stof of het preparaat. In deze sectie staan de gevaren van de afzonderlijke bestanddelen van het preparaat. Dit kan in een tabelvorm met de ingrediënten, de hoeveelheid (in % of concentratie),het CAS-nummer en de H-zinnen.

3.1 Stoffen
3.2 Mengsels

Naar boven

4. Eerstehulpmaatregelen

Hier staan de eerste hulpmaatregelen beschreven. Als er onmiddellijke medische verzorging is vereist, staat dit bovenaan. De informatie is uitgesplitst in verschillende rubrieken op grond van de verschillende manieren van blootstelling: 

  • contact met de ogen
  • contact met de huid
  • inslikken
  • inademen
Naar boven

5. Brandbestrijdingsmaatregelen

Hier wordt verwezen naar de voorschriften voor de bestrijding van een brand, veroorzaakt door of in de nabijheid van de stof of het preparaat. In deze sectie staan ook:

  • de geschikte blusmiddelen 
  • de blusmiddelen die om veiligheidsredenen niet gebruikt mogen worden 
  • speciale blootstellingsgevaren die veroorzaakt worden door de stof of het preparaat zelf, verbrandingsproducten of vrijkomende gassen 
  • speciale beschermende uitrusting voor brandweerlieden.
Naar boven

6. Maatregelen bij accidenteel vrijkomen van de stof of het mengsel

In deze sectie staan de (voorzorgs)maatregelen als de stof of het preparaat per ongeluk vrijkomt. Hoe kan je jezelf beschermen, hoe moet je het product opvangen, neutraliseren of absorberen en hoe ontzie je het milieu.

Naar boven

7. Hantering en opslag

Hier staan de aanbevelingen met betrekking tot veilige hantering, opslag en gebruik voor mens en milieu. Welke technische maatregelen zijn nodig zoals plaatselijke of algehele ventilatie. Hoe kan je aërosol-, stofvorming en brand voorkomen, moet je het product gescheiden opslaan.

Naar boven

8. Maatregelen ter beheersing van blootstelling/persoonlijke bescherming

8.1. Grenswaarden voor blootstelling
Hier staan de grenswaarden voor beroepsmatige blootstelling. Deze waarden gelden voor de lidstaat waar de stof of het preparaat in de handel wordt gebracht.

8.2. Maatregelen ter beheersing van blootstelling
Welke maatregelen moet je nemen om de blootstelling voor mens en milieu te beheersen staan in deze sectie. Hoe bescherm je de ademhalingswegen, welke handschoenen zijn geschikt met welke doorslagtijd, gebruik van type oogbescherming en eventuele specifieke hygiënische maatregelen.

Naar boven

9. Fysische en chemische eigenschappen

Hier staan alle relevantie fysische en chemische eigenschappen van de stof of het preparaat

9.1 Algemene informatie
Uiterlijk, kleur, vast, vloeibaar of gas en reuk

9.2 Fysische eigenschappen

  • Kookpunt of kooktraject
  • Vlampunt
  • Ontvlambaarheid (vast, gas)
  • Ontploffingsgevaar, explosiegrenzen Oxiderende eigenschappen
  • Dampspanning
  • Relatieve dichtheid
  • Oplosbaarheid
  • Oplosbaarheid in water
  • Dampdichtheid
  • Verdampingssnelheid

9.3 Overige informatie

Naar boven

10. Stabiliteit en reactiviteit

Hier staat of de stof stabiel is, met welke stoffen het product gevaarlijk kan reageren en of de ontledingsproducten een gevaar kunnen opleveren voor mens of milieu.

Naar boven

11. Toxicologische informatie

Hier kan je toxicologische informatie vinden. Welke gezondheidseffecten treden acuut op na blootstelling (sensibilisering, versuffing). Welke effecten kunnen op de langere termijn optreden (CMR-effecten, kanker, fertiliteit). In deze sectie staat ook de LD50 of LC50 voor gassen.

Naar boven

12. Ecologische informatie

Hier staan de mogelijke effecten beschreven indien de stof in het milieu terechtkomt. Welke aquatische effecten zijn te verwachten, kan de stof in het grondwater terechtkomen of in de voedselketen en of de stof afbreekbaar is.

Naar boven

13. Instructies voor verwijdering

Hoe kan je het product het restant of afval ervan veilig voor mens en milieu af te voeren. Als verwijdering gevaar oplevert, welke maatregelen moet je dan nemen. Welke methode is passend voor verwijdering: verbranding, recycling, storten, enz.

Naar boven

14. Informatie met betrekking tot het vervoer

Het vervoer van gevaarlijke stoffen in onderworpen aan het ADR (vervoer over land), IMDG (zee), RID (spoor), ICAO/IATA (lucht). Hier staat relevante informatie over onder meer:

  • UN-nummer
  • klasseindeling
  • etikettering
  • verpakkingseisen
Naar boven

15. Regelgeving

Hier staat de informatie met betrekking tot de gezondheid, de veiligheid en het milieu die op het etiket wordt gegeven overeenkomstig de Richtlijnen 67/548/EEG en 1999/45/EG. Dat zijn de:

  • H-zinnen (voorheen R-zinnen)
  • P-zinnen (voorheen S-zinnen)
  • Gevarensymbolen (GHS)
  • Afwijkende land specifieke voorschriften
Naar boven

16. Overige informatie

In deze rubriek dient de volledige tekst van alle R-zinnen die in de rubrieken 2 en 3 van het VIB zijn vermeld, gegeven te worden.

Hier staat onder andere welke bevoegde instantie het VIB heeft opgesteld.

Naar boven
Terug naar overzicht

Om deze content te kunnen bekijken is de Adobe Flash plugin vereist.