Gebruik

1. H- en P-zinnen bestuderen

Laat alle medewerkers die met een gevaarlijke stof gaan werken de meest voorkomende H- en P-zinnen, en indien nog van toepassing op de verpakking de R- en S-zinnen, bestuderen. Deze staan aangegeven op de verpakking, op het veiligheidsinformatieblad of in het register gevaarlijke stoffen. Laat ook de uitgebreide voorlichting bestuderen over de risico’s en de maatregelen in het veiligheidsinformatieblad dat bij de stof hoort. Veiligheidsbladen kunnen gevonden worden in de databank gevaarlijke stoffen. Uiteraard moet u als leidinggevende zelf ook van deze zaken op de hoogte zijn.

NFU Databank gevaarlijke stoffen.

Naar boven

2. Doeltreffende organisatorische maatregelen

De organisatorische maatregelen liggen aan de basis van een veilige werkplek. Neem daarom voor uw afdeling de volgende maatregelen:

  • Stel kledingprocedures vast;
  • Stel schoonmaakprocedures op;
  • Houd periodieke keuringen en inspecties;
  • Verstrek persoonlijke beschermingsmiddelen;
  • Neem aanvullende maatregelen die u nodig acht voor een veilige werkplek.

Zorg ook voor duidelijke aanwijzingen op de werkplek bij (doorlopende) experimenten en onderzoeken met apparatuur en gevaarlijke stoffen zonder deskundig toezicht. Bij storingen is dit van belang om doeltreffend alarm te kunnen slaan. Denk hierbij aan gegevens als:

  • Aard van de werkzaamheden;
  • Aan de gebruikte stoffen verbonden risico’s;
  • Te nemen maatregelen bij storingen;
  • Namen en telefoonnummers van de verantwoordelijke medewerkers;
  • Alle andere gegevens die u belangrijk acht bij specifieke activiteiten.

Naar boven

3. Goede technische voorzieningen

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Ook de juiste technische voorzieningen dragen bij aan een veilige en gezonde werkomgeving. Geef daarom alle zorg en aandacht aan zaken als:

  • Bouw en inrichting van de werkplek;
  • Fysische inperking van de bron (aparte, afgesloten ruimten);
  • Luchthuishouding en ventilatievoud;
  • Opslagfaciliteiten;
  • Decontamineerbaarheid.

Voor de technische voorzieningen gelden de volgende eisen:

  • Richt ruimtes waarin met gevaarlijke stoffen wordt gewerkt speciaal hiervoor in volgens alle voorgeschreven eisen. Voorbeelden van deze ruimtes zijn laboratoria, cytostatica voorbereiding en toedieningsruimtes, medicijnkamers, radionuclidenruimtes, GGO-ruimtes (ML-laboratoria), OK’s, steriele units, technische werkplaatsen, afvalruimtes;
  • Laat reguliere werkzaamheden met extreem giftige stoffen of kankerverwekkende mutagene stoffen zoveel mogelijk plaatsvinden in een speciaal daarvoor bestemde (of voldoende beschermde) ruimte. Geef slechts beperkte toegang tot een dergelijke ruimte;
  • Laat mensen werken in een goed functionerende zuurkast of zorg voor plaatselijk doelmatige afzuiging wanneer tijdens werkzaamheden gevaarlijke gassen, dampen, nevels of stof kunnen vrijkomen;
  • Voorkom recirculatie van lokaal afgezogen lucht wanneer met stoffen met kankerverwekkende, mutagene, of bij inademing sensibiliserende eigenschappen wordt gewerkt. Voorkom verstoring van de luchthuishouding. Houd deuren daarom zoveel mogelijk gesloten;
  • Werk bij kans op lekkage met goede hulpmiddelen: lekbakken, trechters enzovoort;
  • Breng veiligheidssignaleringen aan.

Naar boven

4. Heldere etikettering

Iedereen is zelf verplicht flessen, potten en vaten met gevaarlijke stoffen te voorzien van een etiket, wanneer ze op de werkplek worden uitgevuld voor eigen gebruik of wanneer samengestelde oplossingen worden gemaakt voor eigen gebruik. Hierbij volstaat:

  • Gebruikersnaam;
  • Aanmaakdatum;
  • Naam van de stof;
  • Gevaarklasse;
  • Gevaarpictogram.

Op glaswerk of op hulpmiddelen, waarin steeds wisselende gevaarlijke stoffen worden gebruikt, dient duidelijk en begrijpelijk te staan, de gangbare benaming of de gevaarlijke bestanddelen als het een meervoudige stof is. Het bovenstaande is niet verplicht wanneer medewerkers het glaswerk voor kortdurende handelingen gebruiken en meteen daarna schoonmaken of weggooien.

Naar boven

5. Hygiƫnische voorzorgsmaatregelen

 

 

 

 

 

 

Zorgvuldigheid, ordelijkheid en zindelijkheid zijn sleutelwoorden voor het werken met gevaarlijke stoffen. Instrueer medewerkers en zie er op toe dat zij zich houden aan de volgende hygiënische voorzorgsmaatregelen:

  • Bewaar in ruimtes waar gewerkt wordt met gevaarlijke stoffen geen voedsel. Het is niet toegestaan hier te eten, te drinken, te roken, voedsel te bereiden, cosmetica op te brengen, contactlenzen in te doen en dergelijke;
  • Beperk administratieve werkzaamheden tot een minimum in ruimtes waar met gevaarlijke stoffen wordt gewerkt. Voer zeker geen administratie op werktafels;
  • Zorg voor een eenvoudig te reinigen werkplek en zet zo weinig mogelijk spullen op het werkblad;
  • Was uw handen bij het verlaten van de ruimte en na een besmetting van de handen;
  • Bind lang haar samen;
  • Voorkom inslikken en inademen van dampen tijdens pipetteren. Hiertoe kunt u gebruikmaken van pipetteerhulpmiddelen, zoals een pipetteerballon of een automatische pipet;
  • Reinig de werkplek en de apparatuur die met gevaarlijke stoffen besmet zijn geraakt na afloop van de werkzaamheden;
  • Voorkom aerosolvorming van risicovolle stoffen. Denk hierbij aan het ontluchten van spuiten, het overschenken van vloeistoffen en het sprayen van alcohol bij desinfectie. Neem indien nodig beschermende maatregelen;
  • Voorkom verdamping van vluchtige organische stoffen en verspreiding van gevaarlijke stoffen zoveel mogelijk. Houd verpakkingen zoveel mogelijk gesloten. Het bewust laten verdampen van gevaarlijke stoffen om ze op deze manier te lozen, is niet toegestaan;
  • Gebruik geen brandbare vloeistoffen in de buurt van een open vlam of ontstekingsbron;
  • Houd de hoeveelheid van de te hanteren stof zo laag mogelijk en beperk de duur van de blootstelling;
  • Draag bij het werken met gevaarlijke stoffen altijd beschermende bedrijfskleding. Andere bedrijfskleding kan, indien nodig, aangevuld worden met een overschort;
  • Draag de jassen en overschorten niet buiten de aangewezen werkgebieden;
  • Trek regelmatig schone, beschermende bedrijfskleding aan;
  • Draag een veiligheidsbril of gelaatscherm wanneer bij werkzaamheden kans op oogletsel bestaat;
  • Gebruik geschikte adembeschermende middelen wanneer wordt gewerkt met vluchtige, giftige of gezondheidsschadelijke stoffen waarbij blootstelling mogelijk is. Bewaar adembeschermende middelen op een aangewezen plaats en zorg ervoor dat deze na elk gebruik worden gecontroleerd;
  • Gebruik, waar nodig, de juiste handschoenen om blootstelling aan de handen te voorkomen;
  • Verwissel wegwerphandschoenen regelmatig om doorslag en verontreiniging van de omgeving te voorkomen;
  • Bij morsen op de handschoenen moet u deze direct vervangen;
  • Gebruik bij huidbeschadigingen (wondjes, kloofjes en sneetjes aan de handen) een waterafstotende pleister, eventueel in combinatie met een handschoen.

Naar boven

6. Inspectie en onderhoud

Voor een veilige werkplek is de leidinggevende ook verantwoordelijk voor het periodiek (laten) inspecteren en onderhouden van:

  • Apparatuur waarmee met gevaarlijke stoffen wordt gewerkt;
  • Zuurkasten;
  • Biologische veiligheidskabinetten;
  • Nooddouches;
  • Oogdouches;
  • Veiligheidsvoorzieningen;
  • Veiligheidshulpmiddelen en persoonlijke beschermingsmiddelen.

In de handleiding van de leverancier leest u hoe de apparatuur hoort te functioneren en waarop u deze moet laten controleren.


Naar boven
Terug naar overzicht

Om deze content te kunnen bekijken is de Adobe Flash plugin vereist.