Is die stof gevaarlijk?

1. Zijn op een zorgafdeling van het ziekenhuis gevaarlijke stoffen aanwezig?

Ja, gevaarlijke stoffen zijn stoffen en mengsels (oplossingen van stoffen), waarvan de eigenschappen of de omstandigheden waaronder ze gebruikt worden hinder of gevaar kunnen opleveren voor de gezondheid van medewerkers of het milieu. Enkele voorbeelden van gevaarlijke stoffen die op een zorgafdeling kunnen voorkomen zijn schoonmaakmiddelen (bijvoorbeeld bedpanspoelers), desinfectiemiddelen, geneesmiddelen (bijvoorbeeld cytostatica), inhalatieanesthetica, gassen.

Naar boven

2. Mogen alle gevaarlijke stoffen zomaar aangeschaft worden?

Nee, niet altijd. Voor de aanschaf van de standaard chemicaliën is geen speciale vergunning nodig zoals bijvoorbeeld voor radioactieve stoffen. Voor bepaalde groepen is een gebruiksvergunning of ontheffing nodig, bijvoorbeeld chemicaliën die gebruikt kunnen worden bij het maken verdovende middelen. Bij de aanschaf van kankerverwekkende, mutagene en giftige stoffen moet men wel eerst nagaan of een minder gevaarlijk alternatief beschikbaar is. Zo niet, dan moet de reden worden aangegeven waarom aanschaf van de stof noodzakelijk is. Zo is het toegestaan (kankerverwekkende) cytostatica aan te schaffen voor behandeling en onderzoek omdat deze stoffen in de oncologie onmisbaar zijn. Maar het gebruik (en aanschaf) van sommige stoffen zoals benzeen als oplosmiddel, reinigingsmiddel of verdunningsmiddel is niet toegestaan. Hiervoor zijn goede, minder schadelijke alternatieven aanwezig.

Naar boven

3. Zijn alle chemicaliën gevaarlijke stoffen?

Nee, niet alle stoffen zijn als gevaarlijk aangemerkt. Dit hangt af van de eigenschappen van de stof maar ook van de hoeveelheid of concentratie waarbij effecten optreden. Als een stof (na beoordeling op grond van de Europese Richtlijnen) gevaarlijk blijkt, moet de producent of leverancier dit aangeven met o.a. een gevaarpictogram op het etiket.

Ook moet op het etiket de zogenaamde H en P zinnen vermeld staan. Als een stof niet gevaarlijk is volgens deze Richtlijnen wil dat niet zeggen dat deze geen gezondheidseffecten kan veroorzaken. Zo worden natriumchloride (keukenzout) en water niet als gevaarlijk aangemerkt, maar kan inname van grote hoeveelheden hiervan wel degelijk tot gezondheidsklachten en zelfs tot de dood leiden. Paracelsus zei het al: "Elke stof is giftig, alleen de dosis bepaalt het effect."

Naar boven

4. Heeft elke gevaarlijke stof een gevaarpictogram?

Nee, niet allemaal. Gevaarlijke stoffen zijn ingedeeld in 9 gevarenklassen. De meeste gevaarlijke stoffen hebben een pictogram, maar niet allemaal. Onder het pictogram staat steeds een signaalwoord. Afhankelijk van de ernst van het gevaar binnen de gevarenklasse wordt het signaalwoord ‘gevaar’ of ‘waarschuwing’ gebruikt.

U ziet ze hieronder.

Zie ook het gedeelte : Veiligheidsinformatie / Etikettering Onderdeel: Alle GHS - gevarenpictogrammen

Naar boven

4a. Ontplofbare stoffen (GHS01)

 

 

 

 

 

 

 

 

Stoffen en mengsels die in vaste, vloeibare, pasta- of gelatineachtige toestand, ook zonder inwerking van zuurstof in de lucht exotherm kunnen reageren, hierbij snel gassen ontwikkelen en onder bepaalde voorwaarden ontploffen, snel explosief verbranden of door verhitting bij gedeeltelijke afsluiting ontploffen.


Naar boven

4b. Ontvlambaar (GHS02)

 

 

 

 

 

 

 

 

Categorie 1 (signaalwoord ‘gevaar’)
Stoffen en mengsels in vloeibare toestand met een vlampunt <23°C en een beginkookpunt < 35°C dan wel; gasvormige stoffen en mengsels die aan de lucht blootgesteld bij een normale temperatuur en druk kunnen ontbranden.

Categorie 2 (signaalwoord ‘gevaar’)
Stoffen en mengsels die aan de lucht blootgesteld bij normale temperatuur zonder toevoer van energie in temperatuur kunnen stijgen en tenslotte kunnen ontbranden, dan wel; vaste stoffen en mengsels die na kortstondige inwerking van een ontstekingsbron gemakkelijk kunnen ontbranden en na verwijdering van de ontstekingsbron blijven branden of gloeien, dan wel;

  • vloeibare stoffen en mengsels met een vlampunt < 23°C en een beginkookpunt > 35°C , dan wel;
  • stoffen en mengsels die bij aanraking met water of vochtige lucht een gevaarlijke hoeveelheid van zeer licht ontvlambare gassen ontwikkelen.

Categorie 3 (signaalwoord ‘waarschuwing’)
Vloeibare stoffen en mengsels met een vlampunt ≥ 23°C en ≤60°C. Door de toepassing van CLP verordening kunnen gasolie,diesel en lichte stookolie met een vlampuntbereik tussen ≥ 55°C en ≤ 75°C tot categorie 3 worden gerekend.

De ontvlambare stoffen van categorie 1, 2 en 3 worden voorzien van hetzelfde pictogram.


Naar boven

4c. Oxiderend (GHS03)

 

 

 

 

 

 

 

 

Stoffen en mengsels die bij aanraking met andere stoffen en/of mengsels, met name ontvlambare stoffen, sterk exotherm reageren. Zeer licht ontvlambaar.


Naar boven

4d. Gassen onder druk (GHS04)

 

 

 

 

 

 

 

 

Tot deze klasse behoren samengeperste gassen, vloeibare gassen, sterk gekoelde vloeibare gassen en opgeloste gassen.


Naar boven

4e. Corrosief (GHS05)

 

 

 

 

 

 

 

 

Tot deze klasse behoren alle stoffen die corrosief zijn voor metalen, voor de huid alsook stoffen die ernstig oogletsel kunnen veroorzaken.


Naar boven

4f. Acuut toxisch (GHS06)

 

 

 

 

 

 

 

 

Stoffen en mengsels waarvan reeds een geringe hoeveelheid bij inademing of opname via de mond of via de huid acute of chronische aandoeningen of de dood kunnen veroorzaken.

Categorie 1 (signaalwoord ‘gevaar’)
Stoffen en mengsels die dodelijk zijn bij inslikken, bij contact met de huid of bij inademing.

Categorie 2 (signaalwoord ‘gevaar’)
Gelijk aan categorie 1 maar deze stoffen zijn minder toxisch, dat wil zeggen dat de effecten optreden bij een grotere blootstelling aan deze stoffen.

Categorie 3 (signaalwoord ‘gevaar’)
Stoffen of mengsels die giftig zijn bij inslikken.

Categorie 4 (signaalwoord ‘waarschuwing’)
Stoffen of mengsels die schadelijk zijn.

De acuut toxische stoffen van categorie 1, 2, 3 en 4 worden voorzien van hetzelfde pictogram.


Naar boven

4g. Schadelijk, irriterend (GHS07)

 

 

 

 

 

 

 

 

Niet-bijtende stoffen en mengsels die bij directe, langdurige of herhaaldelijke aanraking met de huid of de slijmvliezen een ontsteking kunnen veroorzaken Tot deze klasse behoren ook sensibiliserende en narcotische stoffen. Dit zijn stoffen die bij inademing en/of bij opneming via de huid aanleiding kunnen geven tot een zodanige reactie van hypersensibilisatie (overgevoeligheid), dat latere blootstelling aan de stof of het preparaat karakteristieke nadelige effecten veroorzaakt.


Naar boven

4h. Lange termijn gezondheidsgevaarlijk (GHS08)

 

 

 

 

 

 

 

 

Mutageen
Stoffen en mengsels die bij inademing of bij opname via de mond of via de huid erfelijke genetische afwijkingen kunnen veroorzaken of de frequentie van deze afwijkingen doen toenemen.

Kankerverwekkende of Carcinogeen
Stoffen en mengsels die bij inademing of bij opneming via de mond of via de huid kanker kunnen veroorzaken of de frequentie daarvan doen toenemen.

Reprotoxisch (voor de voortplanting vergiftig)
Stoffen en mengsels die bij inademing of bij opname via de mond of via de huid niet-erfelijke afwijkingen bij het nageslacht en/of aantasting van de mannelijke of vrouwelijke voortplantingsfuncties of vermogens veroorzaken, dan wel de frequentie van deze afwijkingen of aantasting doen toenemen.


Naar boven

4i. Milieugevaarlijk (GHS09)

 

 

 

 

 

 

 

 

Stoffen die onmiddellijk of na verloop van tijd gevaar voor één of meer milieucompartimenten opleveren of kunnen opleveren.


Naar boven

4j. Heeft elke stof een gevaarpictogram?

De volgende stoffen hebben ook een gevaarpictogram.

Naar boven

4k. Voor radioactieve stoffen wordt het stralingssymbool gebruikt

 

 

 

 

 

 

 

Stralingssymbool.


Naar boven

4l. Voor biologische agentia en GGO's het biologisch-risicosymbool

 

 

 

 

 

 

 

Biologisch-risicosymbool.


Naar boven

4m. Bij cryogene stoffen het gevaarsymbool voor 'lage temperatuur'

 

 

 

 

 

 

 

Gevaarsymbool voor 'lage temperatuur'.


Naar boven

4n. Het gevaarsymbool voor kankerverwekkende asbest

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Apart gevaarsymbool.


Naar boven

5. Is er verschil tussen mutageen en carcinogeen?

Ja, mutagene stoffen kunnen schade veroorzaken aan het erfelijk materiaal in de geslachtscellen. De carcinogene stoffen kunnen bij blootstelling kanker veroorzaken. Ongeveer de helft van de cytostatica zijn kankerverwekkend. Voor de beoordeling van de werksituatie en de te nemen maatregelen wordt er geen verschil gemaakt tussen mutagene en carcinogene stoffen.

Naar boven

6. Heeft elke gevaarlijke stof H- en P-zinnen op de verpakking?

Ja, alle gevaarlijke stoffen uit de hierboven genoemde 9 categorieën hebben H(Hazard)-zinnen om het gevaar van de stof aan te duiden en P(Precautionary)-zinnen om de veiligheidsmaatregelen aan te geven. De zinnen worden gebruikt op de etiketten van de verpakkingen en in de veiligheidsinformatiebladen. De H- en P-zinnen, gecodeerd op nummer, zijn gestandaardiseerde beschrijvingen van de potentiële gevaren van de stof voor de gezondheid en de veiligheid bij normale behandeling en normaal gebruik.

Met de komst van het mondiale systeem voor de classificatie en etikettering van gevaarlijke stoffen, het GHS,( Globally Harmonised System of Classification and Labelling of Chemicals) zullen de oranje vierkante Wm symbolen geleidelijk aan vervangen worden door de diamantvormige CLP pictogrammen.

CLP (Classification, Labellingand Packaging) is de afkorting van de Nederlandse verordening die komt uit de Europese regelgeving EU-GHS. De EU-GHS is de Europese variant van het mondiale systeem GHS geïnitieerd door de Verenigde Naties.

In Europa zijn ook EUH-zinnen van toepassing een uitbreiding op het mondiale systeem. Niet alleen de symbolen worden vervangen door pictogrammen maar ook de R- en S-zinnen zullen vervangen worden door de H(Hazard) en P(Precautionary) - zinnen.

In de CLP zijn ook termen gewijzigd. Het woord preparaat is vervangen door het woord mengsel.

Zie ook het gedeelte Veiligheidsinformatie / Etikettering, het onderdeel: H-zinnen en P-zinnen voor een volledig overzicht van alle de H- en P-zinnen.


Naar boven

7. Is er een verschil tussen een VIB en een MSDS?

Nee, MSDS is de Engelse benaming voor een veiligheidsinformatieblad. MSDS staat voor Material Safety Data Sheet. Tegenwoordig wordt ook de term SDS gebruikt.

De Nederlandse afkorting VIB betekent VeiligheidsInformatieBlad. Het zijn dus verschillende benamingen voor hetzelfde document.

Zie ook het gedeelte Veiligheidsinformatie / Etikettering, het onderdeel: VIB of MSDS.

Naar boven

8. Krijg ik altijd een VIB als ik een gevaarlijke stof bestel?

Nee, bij een eerste levering van een product is een leverancier verplicht een veiligheidsinformatieblad te leveren. Indien de leverancier het VIB tussentijds aanpast moet hij bij de eerstvolgende bestelling de aangepaste VIB meesturen.

Als u later nog eens een VIB wilt hebben, kunt u deze altijd bij de leverancier opvragen. Vaak beschikken de leveranciers over een website met veiligheidsinformatie over hun producten. De umc’s beschikken over een eigen databank met circa 6000 gevalideerde veiligheidsinformatiebladen en werkplekinstructiekaarten.

Naar boven

9. Is alcohol 70% een gevaarlijke stof?

Ja, pure alcohol ofwel ethanol is zeer brandgevaarlijk. Het krijgt het pictogram voor ontvlambare vloeistoffen en als waarschuwingszin H225.

Alcohol 70% is een oplossing in water met een vlampunt van 21°C. De stof valt daarmee in de categorie ontvlambaar met de waarschuwingszin H225.

Ethanol is daarnaast ook geplaatst op de Nederlandse lijst van stoffen die voor de voortplanting giftig zijn. Deze beoordeling is voornamelijk gebaseerd op blootstelling aan alcohol door (forse) consumptie.

In beroepssituaties zijn inhalatie en huidopname relevanter. Daarbij worden geen concentraties verwacht waarbij deze reprotoxische eigenschappen optreden. Vanuit de Europese Arboregelgeving heeft alcohol dan ook geen apart gevaarpictogram of H-zin voor reprotoxiciteit gekregen. Bij het afvoeren van ethanol als afvalstof hoeft volgens de Europese regelgeving dus niet met de reprotoxische eigenschap rekening gehouden te worden.


Naar boven

10. Toont het etiket van een geneesmiddel of deze schadelijk is?

Nee, meestal niet. Op het etiket van een geneesmiddel voor de patiënt wordt niet aangegeven of dit schadelijke effecten voor de gezondheid van de medewerker kan opleveren. Dat zou bij de patiënten grote verwarring kunnen veroorzaken. Bij twijfel over de aard van het geneesmiddel kan het Farmacotherapeutisch Kompas of de bijsluiter van het geneesmiddel geraadpleegd worden.

In de geneesmiddeleninformatiebank (www.cbg-meb.nl) staat de wetenschappelijke productinformatie van alle in Nederland geregistreerde geneesmiddelen. Ook de apotheker kan informatie verstrekken over het geneesmiddel.

De umc’s beschikken over een eigen databank met circa 6000 veiligheidsinformatieblad en werkplekinstructiekaarten van gevaarlijke stoffen. In de databank zijn ook geneesmiddelen opgenomen. De meeste medewerkers komen niet rechtstreeks in contact met medicijnen. Voor diegenen waarbij dit wel waarschijnlijk is, bedenk wel: medicijnen zijn stoffen die in soms zeer lage doseringen (microgrammen) hun werk doen, wees dus voorzichtig!


Naar boven

11. Zijn inhalatieanesthetica gevaarlijke stoffen?

Ja, het ’gevaarlijk‘ zijn voor de medewerker is uiteraard afhankelijk van de concentratie van de inhalatieanesthetica en de tijdsduur van blootstelling. De inhalatieanesthetica die momenteel in ziekenhuizen worden gebruikt zijn lachgas, sevofluraan, isofluraan, desfluraan en enfluraan.

Lachgas en halothaan zijn als reprotoxisch (voor de voortplanting vergiftige stoffen) geclassificeerd en worden steeds minder gebruikt en vervangen door andere middelen.


Naar boven

12. Zijn alle cytostatica kankerverwekkend?

Nee, door hun werking is wel een groot aantal cytostatica kankerverwekkend. Ook kunnen ze schade toebrengen aan de voortplanting en het nageslacht doordat ze behalve kwaadaardige cellen ook gezonde cellen aantasten. Om praktische redenen wordt meestal geen onderscheid gemaakt tussen al dan niet kankerverwekkend. Zie voor specifieke informatie over cytostatica de Arbocatalogus cytostatica op de website Dokterhoe.nl.

Naar boven

13. Zijn antibiotica schadelijk voor medewerkers?

Ja, mogelijk. Over de schadelijke gezondheidseffecten van geneesmiddelen waaronder antibiotica en antivirale middelen bij medewerkers die vrijwel dagelijks tijdens hun werk aan een kleine hoeveelheid worden blootgesteld is nog weinig bekend.

Er zijn enkele gevallen bekend waarbij medewerkers een allergie hebben ontwikkeld of resistentie hebben opgebouwd tegen antibiotica. Gezien het effect van geneesmiddelen (antibiotica) bij patiënten en het nog veelal ontbreken van gegevens over effecten bij lage blootstelling is een zorgvuldige manier van werken noodzakelijk, met een zo min mogelijke kans op blootstelling.


Naar boven

14. Is bloed een gevaarlijke stof?

Ja, bloed wordt binnen het ziekenhuis als een gevaarlijke stof aangemerkt: het is potentieel besmet met pathogene micro-organismen. Dit geldt overigens ook voor de andere lichaamsvloeistoffen (vruchtwater, liquor, ascites en pleuravocht). U hoeft dit echter niet op een bloedbuis zelf aan te geven met het gevaarsymbool ’Biologisch risico‘, omdat er in een ziekenhuisomgeving vanuit wordt gegaan dat alle bloedproducten potentieel besmet kunnen zijn.

Het gevaarsymbool is soms wel nodig als u de bloedmonsters gaat versturen en is altijd nodig als het als afval in een afvalvat of naaldcontainer wordt afgevoerd. Dan vallen ze onder de ADR-vervoersregels met speciale voorschriften voor de verpakking en etikettering. Grotere hoeveelheden bloed worden afgevoerd in ziekenhuisafvalvaten met UN code 3291. Bloedbuizen voor het laboratorium worden als diagnostisch monster verstuurd in speciale verpakkingen met UN 3373 ‘BIOLOGISCHE STOF CATEGORIE B’.


Naar boven

15. Is urine gevaarlijk?

Ja, soms.
De uitscheidingsproducten (zweet, braaksel, urine en ontlasting) van patiënten die met bijvoorbeeld cytostatica of radiofarmaca zijn behandeld, zijn in de risicoperiode hiermee besmet en worden dan geclassificeerd als ‘gevaarlijke stoffen’. U dient hier op een zorgvuldige manier mee om te gaan om kans op blootstelling te minimaliseren. Uiteraard dient u altijd zorgvuldig en hygiënisch te werken met uitscheidingsproducten.

Naar boven

16. Is een schoonmaak- of desinfectiemiddel een gevaarlijke stof?

Ja, in geconcentreerde vorm zijn schoonmaakmiddelen vaak irriterend of bijtend. Vaak worden ze in geconcentreerde vorm aangeschaft en voor het gebruik worden zij dan verdund. Ook zit in een schoonmaakmiddel vaak meer dan 10% loog.

Dat hoort op het etiket en in het VIB te staan. In de handleiding of het gebruiksvoorschrift kunt u nagaan of de gebruiksconcentratie ook nog gevaarlijk is. Ook desinfectiemiddelen kunnen als gevaarlijke stof worden aangemerkt. Dit gebeurt als ze een gevaarlijke stof bevatten zoals alcohol, glutaaraldehyde, formaldehyde, fenol en chloor- en jodiumverbindingen.


Naar boven

17. Is een verdunde NaOH-oplossing gevaarlijk?

Ja, tot een bepaalde concentratie. Hoe gevaarlijk de oplossing is, hangt af van de concentratie. Geconcentreerde natronloog is bijtend. Op de verpakking moet staan het pictogram 'corrosief' en de H-zin H314 ‘veroorzaakt ernstige brandwonden.

Bij verdunnen neemt het effect af. Onder de concentratiegrens van 5% (1.3 M) is dit mengsel nog slechts irriterend. Daarbij hoort het pictogram Uitroepteken met H315, H319). Verdunt u het mengsel tot minder dan 1% (0.25 M), dan is het niet meer gevaarlijk en hoeven er helemaal geen pictogram en H-zin meer vermeld te worden.


Naar boven

18. Een simpel overzicht wanneer verdunde chemicaliën nog gevaarlijk zijn?

Ja, de rekenregels voor wanneer een oplossing een gevaarlijke stof is, staan in de Europese verordening (EG) nr 1272/2008. De concentratiegrenzen die bepalen wanneer een afvalstof nog gevaarlijk is, staan in de Europese lijst afvalstoffen (EURAL).

Het volgende, hierop vanuit GHS gebaseerde, vereenvoudigde schema geeft aan dat een oplossing nog een gevaarlijke (afval)stof is bij een concentratie (gew.%) van meer dan:

0,1% Acute toxiciteit categorie 1, 2, 3
Gevaar voor aquatisch milieu categorie 1
Carcinogeen, mutageen

0,3% reprotoxisch (of schadelijk via borstvoeding)

1% Acute toxiciteit categorie 4
Huidcorrosie/irritatie
Ernstig oogletsel/oogirritatie
Allergenen
Gevaar voor aquatisch milieu categorie 4
Verdacht carcinogeen, mutageen

3,0% verdacht reprotoxisch

Als vuistregel kan de concentratiegrens worden aangehouden:
Voor een risico stof: 1%
Voor een hoog risico stof: 0,1 %

Overzicht als pdf

Naar boven

19. Moet het etiket van een gevaarlijke stof in het Nederlands zijn opgesteld?

Het etiket op de verpakking is meestal opgesteld in de Nederlandse taal. Als de stof voor laboratoriumgebruik is bedoeld en de inhoud is niet meer dan 1 liter dan mag de leverancier ook de taal Engels, Duits of Frans gebruiken.

Naar boven

20. Wat is SZA (Specifiek Ziekenhuis Afval)?

Dit is afval afkomstig uit de gezondheidszorg van mens en dier, waarvoor op grond van ethische, milieu, hygiënische en veiligheidsoverwegingen specifieke aandacht noodzakelijk is.

 

 

 

 

 

 

 

 

Enkele voorbeelden van specifiek ziekenhuisafval zijn:

  • afval van klinische en microbiologische laboratoria dat bacterieel, viraal of met schimmels besmet is;
  • scherpe voorwerpen, zoals injectienaalden, afgeknipte capillairen, scalpels;
  • instrumenten en bloedbuizen;
  • bloed, plasma en andere pasteuze en vloeibare afvalstoffen (zoals wondvocht, drainvocht en pus) die niet opgedroogd zijn (en dus in vloeibare vorm aanwezig zijn);
  • (resten van) cytostatica.

Naar boven

21. Zijn de handschoenen in ons ziekenhuis latexvrij?

Nee, alle UMC’s zijn overgegaan op latexarme en poedervrije handschoenen. Als er geen noodzaak is latex te gebruiken, ga dan over op handschoenen van nitril of vinyl. Hierdoor wordt het ontwikkelen van een eventuele latexallergie al aanzienlijk gereduceerd. De meeste UMC’s hebben al voor niet-steriele onderzoekshandschoenen van nitril gekozen.

Naar boven

22. Is er een betrouwbare site met informatie over gevaarlijke stoffen?

Ja, de umc’s hebben een databank gevaarlijke stoffen met duizenden stoffen.

Via intranetsysteem is in iedere umc de databank te benaderen. Hiervoor is vanaf de werkplek geen inlogcode of wachtwoord noodzakelijk.

Naast veiligheidsinformatiebladen zijn in de databank ook werkplekinstructiekaarten opgenomen. Dit zijn gevalideerde documenten in het Nederlands en Engels.

Informeer bij uw arbodienst of kijk in het onderdeel: Wat doet uw umc, voor extra informatie.

Naar boven
Terug naar overzicht

Om deze content te kunnen bekijken is de Adobe Flash plugin vereist.