Vervoer, opslag en afval

1. Waar vind ik voorschriften voor het vervoer van gevaarlijke stoffen?

Neem contact op met de arbodienst. Bij de arbodienst zijn deskundigen aanwezig die u kunnen adviseren, bijvoorbeeld een veiligheidsadviseur ADR kan uitkomst bieden.

Naar boven

2. Mag ik een buisje bloed in een bubbeltjesenvelop per post versturen?

Nee, een bubbeltjesenvelop biedt onvoldoende bescherming tegen breuk en lekkage. Het is toegestaan om diagnostische monsters (alle menselijke materialen met inbegrip van o.a. excrementen, afscheidingsstoffen, bloed en bloedbestanddelen, weefsel en weefselvloeistoffen, die worden vervoerd voor doeleinden van diagnose of onderzoek) per briefpost te versturen binnen Nederland.

De verpakking moet voldoen aan de verpakkingseisen P620 / P650 van het ADR. Een aantal verpakkingen zijn goedgekeurd. De leverancier van de verpakking moet deze goedkeuring kunnen tonen.

Voor buitenlandse verzendingen gelden andere (strengere) eisen. Hiervoor moet altijd een (gespecialiseerde) koeriersdienst worden ingeschakeld. Voor informatie kunt u terecht bij de veiligheidsadviseur ADR. Voor niet infectieuze bloedmonsters geldt geen ADR-verplichting.


Naar boven

3. Is een blisterverpakking voldoende bij verzending per koeriersdienst?

Nee, bij het transporteren van een bloedbuis (de primaire verpakking) in Nederland moet deze omgeven worden door absorptiemateriaal dat de totale inhoud van de buis kan opnemen.

Het geheel moet in een lekdichte verpakking (de secundaire verpakking ) geplaatst worden. Het totaal moet in een buitenverpakking (de tertiaire verpakking ) van voldoende sterkte worden gedaan.

De verpakking moet voldoen aan bepaalde eisen. Behalve een vrachtbrief hoeft er geen speciaal vervoersdocument meegestuurd te worden. Ook speciale etiketten op de verpakking zijn niet nodig, als er maar Biologische stof categorie B op de buitenverpakking staat. Er mogen meer bloedbuizen in de secundaire verpakking veilig (breukvrij, niet onderling raken) samengevoegd worden. Er worden geen speciale eisen aan de chauffeur of het voertuig gesteld. Voor het buitenland en luchttransport kunnen aanvullende eisen gelden.

Naar boven

4. Gelden voor het versturen van biologisch materiaal andere regels?

Ja, voor bloedmonsters met een verdenking op een klasse 4 pathogeen en opgekweekt materiaal van klasse 2, 3 en 4 geldt dezelfde verpakkingsmethode als hierboven, maar de verpakking moet dan wel UN-gekeurd zijn.

Er moeten volgens het ADR speciale etiketten op de buitenverpakking aangebracht zijn. Ook een gespecificeerde inhoudsopgave tussen de secundaire en de buitenverpakking moet aanwezig zijn. Ook moeten een vrachtbrief, een vervoersdocument en een gevarenkaart meegezonden worden. De chauffeur is ADR-plichtig. Voor het buitenland en luchttransport kunnen aanvullende eisen gelden.

Naar boven

5. Heeft het gevolgen als ik droogijs bij de monsters voeg?

Ja, als een verpakking (droog)ijs of een ander koelmiddel bevat, moet de verpakking daarvoor geschikt en gekeurd zijn. Leveranciers hebben hiervoor speciale goedgekeurde verpakkingen of geschikte buitenpakkingen beschikbaar met etiketten en met specifieke instructies. Bij het versturen van infectieus materiaal (besmet met micro-organismen zoals virussen en bacteriën) moet de buitenverpakking ook voldoen aan de UN-keuringseisen.

Naar boven

6. Mag ik cytostatica per buispost versturen?

Ja, mits er gebruik wordt gemaakt lekvrije patronen en verpakkingen. Een apart buissysteem, dus alleen voor het vervoer van cytostatica, wordt aanbevolen. Vanwege de kans op breuk en daardoor lekkage wordt echter aangeraden zo min mogelijk gevaarlijke stoffen met buispost te vervoeren. Indien gebruik wordt gemaakt van een buispostsysteem, raadpleeg dan de interne regels voor een juist gebruik ervan.

Naar boven

7. Wat is de maximale opslag van de voorraad gevaarlijke stoffen?

Ja, het bewaren van werkhoeveelheden op de werkplek is toegestaan. Dit moet niet leiden tot grote hoeveelheden gevaarlijke stoffen in een ruimte. Als vuistregel wordt per ruimte een maximum opslag van 25 kg of liter gevaarlijke stoffen aangehouden. Wordt deze hoeveelheid overschreden, dan zijn extra opslagvoorzieningen noodzakelijk zoals speciale opslagkasten en lekbakken. Uw arbodienst kan u hierover adviseren.

Naar boven

8. Is een brandveiligheidskast hetzelfde als een chemicaliënkast?

Nee, een chemicaliënkast is een licht afgezogen kast geschikt voor irriterende en / of schadelijke stoffen. Voor de opslag van zuren en logen zijn speciale zuur/loog kasten voorhanden.

Een brandveiligheidskast, vaak verkeerd benoemd als plofkast, heeft behalve afzuiging ook een vastgestelde brandwerendheid. Vaak zijn ze uitgevoerd met automatisch sluitende deuren, mechanische afzuiging en een aparte inwendige opvangbak. Daarmee zijn ze geschikt voor de opslag van brandgevaarlijke stoffen. In geval van brand kan een brandveiligheidskast de uitbreiding van de brand minimaliseren.

Een nieuwe kast moet voldoen aan de Europese norm EN-14470-1. Oude kasten, geplaatst voor 1 januari 2005 moeten ten minste voldoen aan de norm NEN 2678.


Naar boven

9. Mogen alle chemicaliën in dezelfde brandveiligheidskast staan?

Nee, een brandveiligheidskast is voor de opslag van brandgevaarlijke vloeistoffen. Alle (zeer licht of licht) ontvlambare stoffen, zoals ether, alcohol, aceton en xyleen, horen hierin opgeslagen te worden.

Andere gevaarlijke stoffen als zuren en logen en vaste stoffen kunnen het beste opgeslagen worden in andere speciale kasten. Zuren en logen kunnen het binnenwerk van een brandveiligheidskast aantasten waardoor de werking van de kast verloren gaat.

Het is beter om de chemicaliën zo veel mogelijk te scheiden. Maar beter is om deze in een chemicaliënkast op te slaan (zie 20). Als zuren, logen, en oxiderende stoffen toch samen in één kast staan, moeten zij allemaal gescheiden van elkaar in aparte lekbakken staan. Als de legplank tevens lekbak is, worden de verschillende groepen stoffen op een eigen plank geplaatst, gescheiden van elkaar. Een afgesloten gifkast kan wel in een brandveiligheidskast geplaatst worden, gescheiden van de andere stoffen.

Naar boven

10. Gelden er speciale eisen voor de opslag van schoonmaakmiddelen?

Nee, voor schoonmaakmiddelen gelden dezelfde regels als voor de andere gevaarlijke stoffen. Schoonmaakmiddelen kunnen ook brandgevaarlijk, irriterend of corrosief zijn. Zie ook vraag 9.


Naar boven

11. Mag ik ether in een gewone koelkast bewaren?

Nee, ether mag niet in een gewone koelkast worden opgeslagen. Een gewone koelkast is niet explosievrij. Bij warm weer wordt ether soms koel opgeslagen vanwege zijn lage kookpunt van 36°C. Dit moet dan wel in een explosievrije koelkast, waarbij geen vonken kunnen ontstaan in het opslagcompartiment.

Een klein beetje morsen of lekkage geeft door de snelle verdamping van ether (ether heeft een hoge dampspanning van 587 mbar) al gauw een explosief damp-lucht mengsel. De explosiegrens is al bij 1,7 % bereikt. Vanwege het lage vlampunt (-45°C) kan een explosief mengsel ook in een koelkast ontstaan. Een enkel vonkje door de deurschakelaar van het lampje van de koelkast is dan voldoende om een explosie te veroorzaken.

Naar boven

12. Mag ik blikjes frisdrank in de koelkast in het laboratorium bewaren?

Nee, het bewaren van voedsel en drank in een laboratorium is niet toegestaan. Ook mag u in een laboratoriumruimte niet eten, drinken of roken.

Naar boven

13. Mag een brandveiligheidskast op de gang staan?

Nee, meestal niet. Als een brandveiligheidskast (‘plofkast’) niet op het laboratorium geplaatst kan worden, mag deze op de gang worden gezet op voorwaarde dat hij niet binnen één meter van een deur staat, de gang niet dienst doet als vluchtroute, de kast niet toegankelijk is voor bezoekers/patiënten (dus altijd op slot) en dit niet in strijd is met de plaatselijke brandverordening of de vergunningen van de umc.

Naar boven

14. Moet ik zelfgemaakte oplossingen voorzien van een gevarenetiket?

Ja, dit is verplicht, volgens het Arbobesluit artikel 4.1c en verder. Op het etiket moet staan de naam van het mengsel, de percentage van de stoffen, het gevaarpictogram, de H- en P-zinnen (R-en S-zinnen), de aanmaakdatum, de verloopdatum en een paraaf of naam van de samensteller.

Dit is een ook een normering die gevolgd wordt door verschillende organisaties die laboratoria accrediteren.

Zit een kankerverwekkende, mutagene of zeer toxische stof in het mengsel, dan moet u een pictogram aanbrengen die dit type gevaar aangeeft. Een oplossing is een mengsel van meervoudige stoffen, dus bij waterige oplossingen de gangbare naam van de opgeloste stoffen vermelden. Bij een oplossing in een organische vloeistof ook de naam van het oplosmiddel vermelden. Dit geldt voor alle (werk)oplossingen die langer dan een dag bewaard worden.

Naar boven

15. Mag ik alcohol in een spuitfles doen?

Nee, niet in een gewone spuitfles. Wel in speciale spuitflessen. Alcohol mag alleen in een spuitfles met een overdruk ventiel gebruikt worden. Gewone spuitflessen bouwen in de fles een druk op en hevelen de inhoud dan door de slang naar buiten ook al is de spuitfles niet in gebruik. Zorg wel dat de fles goed is geëtiketteerd.


Naar boven

16. Mag ik een fles met een gevaarlijke stof aan de dop dragen?

Nee, de kans bestaat dat de dop niet goed is vastgedraaid. Als u de fles bij de dop oppakt, kan de dop losschieten. De onderkant van de dop en de bovenkant van de hals van een fles kunnen na gebruik besmet zijn. Vastpakken in dit gebied geeft de grootste kans op besmetting van de handen. Gebruik indien aanwezig het handvat of ondersteun de onderkant van de fles met de andere hand. Gebruik voor het vervoer eventueel een draagmand of bak. (Doe dit ook met flessen met een andere gevaarlijke inhoud.)


Naar boven

17. Mag ik fosfaatbuffer (PBS) door de gootsteen spoelen?

Ja, meestal wel. Gebufferde zoutoplossingen zijn geen gevaarlijke stoffen en hebben geen H-zin of R-zin. Volgens de Europese afvalstoffen lijst (EURAL) vallen deze stoffen niet onder gevaarlijk afval. U mag ze daarom via de gootsteen lozen, mits er geen andere gevaarlijke stoffen in zijn opgelost boven de aangegeven concentratiegrens.

Naar boven

18. Zijn er stoffen die ik in de gootsteen mag weggooien?

Ja, bloed, urine en lichaamsvloeistoffen mogen via het riool worden afgevoerd, dus in de gootsteen of het toilet worden gegooid mits ze niet infectieus zijn.

Infectieus zijn is bijvoorbeeld als de stof afkomstig is van een patiënt die besmet is met een risicoklasse 4 micro-organisme zoals het Lassa koortsvirus en Ebola.

Zijn ze infectieus (risicoklasse 4) dan moeten ze of eerst geautoclaveerd worden of in speciale afval vaten als infectieus humaan materiaal UN 2814 worden afgevoerd. Indien met cytostatica besmette urine en / of ontlasting in een po is opgevangen, dan moet deze via de po spoeler worden afgevoerd.

Infuusvloeistof mag ook via het riool (toilet of gootsteen) worden afgevoerd tenzij er cytotoxische stoffen of cytostatica inzitten. Zijn deze stoffen aanwezig dan moeten ze via een SZA vat worden afgevoerd. Vloeistoffen in een SZA vat moeten geabsorbeerd worden en mogen niet meer los in het SZA vat gegooid worden of de verpakking moet nog gesloten zijn.


Naar boven

19. Mag ethidiumbromide door de gootsteen weggegooid worden?

Nee. Voor mutagene stoffen als ethidiumbromide, evenals voor kankerverwekkende stoffen en zeer toxische stoffen, geldt vanuit de EURAL dat een oplossing die 0,1% of meer van deze stoffen bevat als gevaarlijk afval moet worden behandeld. Ethidiumbromide is een polycyclische aromatische koolwaterstof die giftig en schadelijk is.

Buffers met ethidiumbromide kunnen door een koolfilter of andere absorberende materialen gezuiverd worden van de ethidiumbromide. Een bufferoplossing gezuiverd van ethidiumbromide mag dan weggegooid worden.

Electroforese-gels met een concentratie van meer dan 0,1 % ethidiumbromide moeten in het vat voor gevaarlijk afval worden gegooid (niet SZA-vat).


Naar boven

20. Geldt de 0,1% concentratiegrens ook voor cytostatische geneesmiddelen?

Ja, dit geldt ook voor deze groep met geneesmiddelen. Medewerkers die werken met (oplossingen van) cytostatische geneesmiddelen volgen de normale regels voor het omgaan met carcinogene en reproductie toxische stoffen en gevaarlijk afval. Op de zorgafdelingen geldt dat disposable materialen die besmet zijn met cytostatica in het SZA-vat moeten worden geworpen.

Zie ook de Arbocatalogus cytostatica op de website dokterhoe.nl.

Naar boven

21. Andere stoffen die nooit door de gootsteen mogen worden afgevoerd?

Ja, zeker. Bijvoorbeeld chemicaliën die behoren tot de groep Zeer Zorgwekkende Stoffen. Vroeger was deze lijst bekend onder de naam ‘Zwarte-lijststoffen’.

Ze zijn zo schadelijk voor het milieu dat het altijd verboden is deze te lozen. Zware metalen, halogeenrijke organische verbindingen, polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK's) en bestrijdingsmiddelen staan bijvoorbeeld op deze lijst. In de vergunning Wet verontreiniging oppervlaktewateren van het ziekenhuis worden deze ' Zeer Zorgwekkende Stoffen' met name genoemd.

Van sommige stoffen of categorieën worden daarbij de concentratiegrenzen aangegeven die in het afvalwater niet overschreden mogen worden. De lijst wordt regelmatig bijgewerkt. Voor een overzicht van deze stoffen zie: ZZS lijst.

Naar boven

22. Zijn er gevaarlijke afvalstoffen die niet bij elkaar weggegooid mogen worden?

Ja, elk ziekenhuis kent een aantal categorieën afvalstoffen die apart verzameld moeten worden. Zo zijn er bijvoorbeeld afvalstromen voor GGO-afval, microbiologisch besmet afval, waterig afval, organische vloeistoffen, halogeenrijk en halogeenarm.

Let op: sommige stoffen reageren heftig met elkaar of produceren gevaarlijke stoffen als ze met elkaar in contact komen, bijvoorbeeld de combinatie van zuur met loog. Stelt u zich goed op de hoogte van de voorschriften voor afvalscheiding binnen uw umc. Voor advies kunt u terecht bij de arbodienst.

Naar boven

23. Zijn er gevaarlijke afvalstoffen die ik niet bij elkaar mag opslaan?

Ja, elke umc kent een aantal soorten afvalstoffen die apart verzameld moeten worden. Sommige stoffen reageren heftig met elkaar of zorgen voor gevaarlijke dampen als zij met elkaar in contact komen. Let vooral op bij de combinatie van zuur met loog, chloriet of hypochloriet, cyaniden, sulfiden en bij de combinatie van salpeterzuur met mierenzuur, azijnzuur, tolueen en formaldehyde. Stel u goed op de hoogte van de voorschriften voor afvalscheiding binnen uw eigen ziekenhuis. Zo zijn er bijvoorbeeld aparte afvalstromen voor het specifiek ziekenhuis afval (SZA).

Naar boven

24. Moeten medicijnen als gevaarlijk afval afgevoerd worden?

Voer resten van medicijnen af conform de regels van het umc. De apotheek speelt bij medicijnen een centrale rol. Niet alleen bij de uitgifte maar ook bij het afvoeren van medicijnen. De uitzondering op deze regel zijn de cytostatica. Restanten hiervan zijn gevaarlijk afval die afgevoerd worden via de stroom specifiek ziekenhuisafval (SZA).

Naar boven

25. Mag ik losse vaten met gevaarlijke stoffen stapelen?

Nee, losse vaten mogen niet worden gestapeld tenzij zij geschikt zijn voor stapelen of er extra voorzieningen zijn aangebracht. Breekbare verpakkingen mogen nooit worden gestapeld.

Naar boven

26. Mag ik een afwasteil als lekbak gebruiken?

Nee, er zijn speciale lekbakken te koop bij laboratoriumleveranciers. Het belangrijkste is dat de lekbak bestand is tegen de vloeistof die in de bak kan stromen. De keuze van de materiaalsoort is afhankelijk van de gebruikte chemicaliën. Sommige kunststoffen zijn niet geschikt voor organische oplosmiddelen. Een stalen bak gaat weer snel roesten als er zuur in terechtkomt.

 

 

 

 

Een lekbak moet voldoen aan de volgende eisen:

  • De rand moet hoog genoeg zijn.
  • De container of fles kan niet over de rand vallen;
  • De lekbak moet de totale inhoud aan vloeistof(fen) kunnen opvangen;
  • De lekbak moet groter zijn dan het geplaatste artikel. Het artikel mag niet klemmen in de bak;
  • Het materiaal van de lekbak moet bestand zijn tegen de gebruikte chemische stof.

Een plastic afwasbak is goed bestand tegen waterige oplossingen en dus niet geschikt voor chemicaliën.


Naar boven

27. Kan een zuurstofcilinder zomaar ontploffen?

Nee, alleen door verkeerd gebruik van de drukregelaar of het afbreken van de drukregelaar bij een val van de cilinder, bij verhitting of bij doorroesten van de cilinder kan de gasfles als een projectiel wegschieten of zelfs exploderen. De cilinders met bijbehorende drukregelaars moeten in een onderhoudssysteem zitten, waarbij de leverancier de cilinders met drukregelaar regelmatig test en zo nodig vervangt.

Naar boven

28. Gelden er speciale eisen voor de opslag van gascilinders?

Ja, om beschadiging te voorkomen moeten gascilinders (leeg en vol) goed worden vastgezet tijdens opslag, gebruik en verplaatsing. Doe dit in (verplaatsbare) rekken of tegen de muur. Bescherm gascilinders tegen verwarming, verhitting of nadelige weersinvloeden. Opslag van volle cilinders mag tot een volume van 115 liter. Is de opslag groter dan moet een afgezogen brandveiligheidskast gebruikt worden.


Naar boven
Terug naar overzicht

Om deze content te kunnen bekijken is de Adobe Flash plugin vereist.