Nieuwe lagere grenswaarden inhalatieanesthetica

Geplaatst op

Inhalatieanesthetica, ook wel narcosegassen genoemd, vallen onder de gevaarlijke stoffen. Veelgebruikte middelen zijn lachgas, isofluraan en sevofluraan. Deze gassen en dampen kunnen schadelijk zijn voor de gezondheid wanneer medewerkers er langdurig of veelvuldig aan worden blootgesteld. Van lachgas is bijvoorbeeld bekend dat het bij hoge blootstelling kan leiden tot een verhoogde kans op spontane abortus en aangeboren afwijkingen bij nakomelingen. Daarom gelden voor dit soort stoffen grenswaarden: maximale concentraties waaraan medewerkers tijdens hun werk mogen worden blootgesteld. Voor lachgas geldt sinds 1 januari 2026 een lagere grenswaarde. Voor isofluraan en sevofluraan volgen waarschijnlijk later dit jaar nieuwe waarden.

Eigen onderzoek lachgas

Binnen de umc’s, en in vele andere Nederlandse branches, werden tot nu toe grenswaarden gehanteerd die bijna dertig jaar geleden door de Gezondheidsraad zijn vastgesteld. De werkgroep Inhalatieanesthetica van de gezamenlijke umc’s en algemene ziekenhuizen heeft voor lachgas laten onderzoeken of die waarde nog actueel is. Werkgroepvoorzitter Hendrik Jan Jansen, arbeidshygiënist bij Amsterdam UMC, geeft uitleg over het onderzoek. “De overheid stelt al jaren niet meer zelf wettelijke grenswaarden vast voor dit soort stoffen. Branches moeten die zelf wetenschappelijk onderbouwen. Daarom hebben we onderzoek laten uitvoeren naar de grenswaarde voor lachgas.”

Veilig en haalbaar in de praktijk

De Radboud Universiteit voerde hiervoor een zogeheten systematic review uit. Daarbij werden duizenden onderzoeken beoordeeld op kwaliteit en relevantie. Uiteindelijk bleven slechts enkele studies over die geschikt waren om een adviesgrenswaarde af te leiden. Dat advies is nu overgenomen en daarmee is een nieuwe grenswaarde vastgesteld van 20 mg/m³ gemiddeld over acht uur. Dat is aanzienlijk lager dan de oude norm van 152 mg/m³, maar uit metingen en onderzoek van de Universiteit Utrecht blijkt dat umc’s hier in de regel al aan voldoen. Hendrik Jan: “We meten regelmatig tijdens operaties of anesthesiologen worden blootgesteld aan inhalatieanesthetica. Dan blijkt dat de huidige maatregelen en werkwijzen een goede bescherming bieden. En als het voor de anesthesioloog veilig is, dan is het ook veilig voor de rest van het OK-team.”

Waarschijnlijk hoeven slechts enkele algemene ziekenhuizen nog aanvullende maatregelen te nemen.

Nu nog isofluraan en sevofluraan

Voor isofluraan en sevofluraan lopen nog onderzoeken naar nieuwe grenswaarden. Daarbij bleek de wetenschappelijke kwaliteit en conclusies van sommige internationale studies onvoldoende consistent en overtuigend om nieuwe normen op te baseren. Daarom wordt nu gekeken naar recente grenswaarden en adviezen uit andere Europese landen om daar eventueel bij aan te sluiten. Naar verwachting worden de nieuwe waarden later dit jaar vastgesteld. Ook voor isofluraan en sevofluraan zullen de grenswaarden waarschijnlijk lager uitvallen dan nu. De verwachting is dat ook deze nieuwe normen in de praktijk goed haalbaar zullen zijn voor de ziekenhuizen.

Sterke afname inhalatieanesthetica

Overigens is het gebruik van inhalatieanesthetica de afgelopen jaren sterk afgenomen. Tegenwoordig worden verreweg de meeste operaties uitgevoerd met propofol, dat via een infuus wordt toegediend in plaats van sevofluraan via een masker. Lachgas wordt alleen nog gebruikt bij patiënten met brandwonden, angstige kinderen en volwassen bij wie geen infuus kan worden aangelegd. Isofluraan wordt vooral gebruikt bij onderzoek met proefdieren.

Daarnaast verbeteren de technieken om inhalatieanesthetica toe te dienen steeds verder, bijvoorbeeld door dubbelmaskers met afzuiging en moderne ventilatiesystemen. Het totale gebruik van inhalatieanesthetica neemt dus fors af en de technieken worden steeds veiliger, maar dat heeft geen invloed op de bepaling van grenswaarden.

Momenteel actualiseert de werkgroep alle informatie over inhalatieanesthetica op Dokterhoe, waarna deze ter goedkeuring wordt aangeboden aan de Nederlandse Arbeidsinspectie.

Meer info

Hendrik Jan Jansen, arbeidshygiënist bij Amsterdam UMC, voorzitter werkgroep Inhalatieanesthetica van de gezamenlijke umc’s (UMCNL) en de algemene ziekenhuizen (NVZ), h.j.jansen@amsterdamumc.nl

Nieuws