Toediening: risicoperiode

U dient rekening te houden met de risicoperiode van de patiënt als besmettingsbron.

Tot 7 dagen na toediening moet de verpleegkundige rekening houden met het feit dat de excreta van de patiënt en daarmee ook het wasgoed besmet kunnen zijn met cytostatica. De verpleegkundige moet de patiënt op de hoogte te stellen van de maatregelen die deze in acht moet nemen.

Bij het bepalen van de vochtbalans dient u zoveel mogelijk een methode te kiezen waarbij de patiënt, de beddenpan of het urinaal wordt gewogen, in plaats van een methode waarbij de urine wordt overgegoten.
Is het verzamelen en overschenken van urine toch onvermijdelijk (medisch noodzakelijk), dan is het aan te raden om het overgieten van urine uit te voeren in een veiligheidswerkbank. Indien deze niet aanwezig is, zijn er twee alternatieve werkwijzen:

  • Neem met behulp van het vacuüm afnamesysteem een monster uit de gekregen urine. Bij gebruik van deze systemen is de besmettingskans aanzienlijk gereduceerd. Stuur deze monsters naar het laboratorium. Het lab dient dan wel aanvullende berekeningen uit te voeren, omdat ze geen verzamelmonster krijgen.
  • Stuur urine in goed gesloten bokalen in een lekbak naar het laboratorium. Daar kunnen ze de urine in een zuurkast overschenken.

Wanneer u urine moet verzamelen, dient u de juiste persoonlijke beschermingsmiddelen te gebruiken.