Rekening houden met risicoperiode
Onder risicoperiode verstaan we de periode waarin er in de excreta van een patiënt nog cytostaticaresten kunnen voorkomen. Dit kan tot zeven dagen na toediening het geval zijn. Met name de urine bevat cytostatica (circa 1000 tot 2000 keer verdund vergeleken met de oorspronkelijke toegediende cytostaticumoplossing), maar ook braaksel (de hoogste concentratie van cytostatica bevindt zich in braaksel tot twee uur na orale toediening), bloed, drain- en lumbaalvocht, sputum, speeksel, zweet, sperma, traanvocht enzovoort.
Er dient rekening te worden gehouden met deze risicoperiode door bijvoorbeeld in deze periode geen urine te verzamelen of bloed af te nemen. Bij het opzetten van de onderzoeksprotocollen moet aan dit punt specifieke aandacht worden besteed.