Ruimten: toedieningsruimten

Cytostatica worden toegediend in een daartoe speciaal uitgeruste ruimte. Deze ruimte moet voldoen aan de volgende onderdelen:

  1. ruimte is gemakkelijk te reinigen;
  2. wanden en vloeren sluiten naadloos aan;
  3. In de onmiddellijke nabijheid bevinden zich een (nood)douche (binnen 100 meter) en een oogspoelvoorziening (binnen 30 meter).

Materialen voor calamiteiten zijn voorhanden, zoals

  • een noodset met extra persoonlijke beschermingsmiddelen en materiaal om verspreiding van cytostatica tegen te gaan.
  • een noodset met antidota die wordt gebruikt bij extravasatie. In deze noodset kunnen ook inactivatiemiddelen zitten die gebruikt worden bij besmetting van voorwerpen.

Soms is het moeilijk op een oncologie-afdeling de toediening te beperken tot één ruimte. Een alternatief is het gebruik van een zogenaamde cytostaticakar.